Vanuit Hanoi zou ons volgende bestemming Vientiane in Laos worden, 20 uur in de bus die door velen als een helse trip werd omschreven. Niets bleek minder waar. Een bus met oncomfortabele stoelen en volgestampt met dozen, zakken rijst en smerige lui. Met name de Canadeze hoer die met haar knieen iedere keer weer mijn rug wist te vinden. Na aankomst stelde ik uit woede voor om meteen door naar Thailand te rijden omdat Vientiane nog niet al te best voldeed, ik was doodziek van de busreis en er zaten meteen afzetters op ons te azen. Maar gelukkig zijn we toch in Laos gebleven en snel uit Vientiane vertrokken om naar het bekende Vang Vieng af te reizen.
In Vang Vieng hadden we een hele chille en goedkope kamer, mooie natuur om de hoek en vriendelijke mensen om ons heen. Het eerste wat we hier hebben gedaan is een grot bezwommen, niet ver van ons hotel verwijderd. Tegen het koele sterk stromende helderblauwe water kon je na enige inspanning de grot bewonderen, vanuit ditzelfde water. Wij troffen het omdat er net een Amerikaan uit ons hotel met een hoofdlamp aan kwam zetten, zo konden we in plaats van 20-25 meter zo’n 50-60 meter van de grot bekijken. Op de middag werden we meegenomen door een gestoorde Engelsman (Josh) nog een Engelse (Richard) en een Duitser (Victor) om te gaan tuben. Dit is in een rubberband door de rivier meegesleept worden, maar vooral veel zuipen aan de tientallen barretjes die hier te vinden zijn, allen voorzien van verschillende manieren om de bezoekers te entertainen. Swings waarmee je in het water kan afspringen, glijbanen, moddervolleybal, drankspelletjes, enzovoorts. Josh had ons aangezet tot het drinken van tientallen gratis whiskeyshotjes, hijzelf nam nog tig meer. Het was dan ook niet verwonderlijk dat we hem tijdens de tubing madness kwijt waren geraakt, we verwachtten dat hij ergens in Vietnam in de Mekong Delta aan zou spoelen. Echter terug bij het hotel was hij alweer aanwezig. Omdat iedereen in de stemming was gingen we de nacht nog door met zuipen, Josh had weer de vreemdste acties en wederom was hij uit het niets verdwenen. De volgende dag was iedereen van de kaart, ik was waarschijnlijk de last man standing, de rest lag de hele dag op bed. Tim voelde zich zelfs te slecht om ‘s avonds Nederland vanuit de kroeg aan te moedigen.
De volgende dag zijn we naar Luang Prabang gegaan, vergezeld door Victor. Richard zou in de eerste instantie ook mee, maar die had iemand ontmoet in Vang Vieng. Luang Prabang, dat erg hoog in de top van mooiste steden ter wereld staat genoteerd, was niet heel speciaal. Hier zijn veel tempels en koloniale architectuur terug te vinden, omdat wij deze al volop hadden gezien gedurende onze reizen vonden we het stadje zelf niet zo indrukwekkend. De watervallen die een uurtje rijden verwijderd lagen van de stad waren dit gelukkig wel. Gekenmerkt door helderblauw water en aardige hoogte was dit een waar schouwspel. Bovenaan de waterval was zelfs een poel waar je vanaf de kliffen kon afspringen. Hier kon je ook op het randje van de waterval zitten zonder gevaar te lopen door de stroming mee naar beneden te worden getrokken.
Terug in Luang Prabang hebben we de slowboat richting Huay Xai genomen. De eerste dag op de slowboat duurde langer dan verwacht. Het landschap langs de zijde van de rivier was beeldschoon, maar veranderde weinig gedurende de rit. Regelmatig passeerden we kleine dorpjes gevuld met rieten hutjes en houten bootjes, waterbuffels in het water en zelfs een stel olifanten langs de waterzijde. Na een nacht in Pak Beng voeren we verder, dag 2 was een herhaling van dag 1. In Huay Xai hebben we ‘s nachts om 01:30 nog de halve finale gezien, om de volgende ochtend in bijna 11 uur tijd, verdeeld over 3 busritten, in Pai te arriveren.





























